‘Hé jij bent het’ zegt mevrouw enthousiast. Zojuist wandelde ik de woning op, op zoek naar een collega. In de kamer zit een stagiaire naast mevrouw en voor haar zit een bewoner de krant te lezen. Zo’n heerlijk rustig momentje tussen de lunch en de volgende ronde koffie in.
‘He jij bent het!’ zegt ze en ik ben verrast, want met deze bewoonster heb ik nog geen kennisgemaakt. Het is fijn dat ze blij is om mij te zien, maar ik herken haar niet. ‘Ja, jij bent Hennie!’ zegt ze enthousiast. Hennie ben ik echter niet. Ik ga aan tafel zitten en kijk haar aan. ‘Hoe heet u dan’ vraag ik. ‘Elsje’ zegt ze trots.
‘Elsje’ herhaal ik, ‘dat is een mooie naam. Net als Goud Elsje’ want ik denk meteen aan de boekenreeks die ik als kind las. Mevrouw glimlacht volop, zij kent de boeken blijkbaar ook. ‘Jij bent het écht’ zegt ze. Blijkbaar laat ik haar herinneren aan iemand die ze kent en ik ben stiekem wel blij dat dat een fijne herinnering is.
De herinnering wordt nog mooier als ze ook nog weet te vertellen dat ik een hond heb. Ja, mevrouw weet het echt zeker. Ik ben Hennie en ik heb een hond.
Ze strekt haar samengeknepen hand naar me uit. ‘Wat moet ik hiermee?’ en ze opent haar hand heel langzaam. Ik zie niets liggen in de tere handpalm. ‘Ze zegt steeds dat ze geld heeft’ legt de stagiaire me uit. ’20 euro’ zegt mevrouw ‘het is niet zoveel, maar toch!’
Ik omsluit haar hand. ‘Het is fijn om 20 euro te hebben, je weet maar nooit!’ en dan sluit ik haar hand dicht om het denkbeeldige briefpapier heen. ‘Houdt het maar goed vast, straks is het weg’ en we kijken elkaar samenzweerderig aan.
De hand sluit zich weer. Voor mevrouw is het goed zo. Haar geld ligt veilig opgeborgen en dat heeft ze kunnen delen met iemand die ze vertrouwt. Ik was het niet; ik was alleen maar een fijne herinnering die even binnenwandelde in haar moment. En toch… even mocht ik Hennie zijn. Hennie met de hond.